Radicale Robot Rob Jetten

jetten

Op de schouw van Rob Jetten’s werkkamer, dé nieuwe leider van D66 prijkt een tegeltje met de volgende ’tegeltjeswijsheid’: ’zoek de radicaal in jezelf’. Het schitterende kleinood heeft hij van zijn eigen partijmedewerkers met veel liefde als geschenk mogen ontvangen nadat hij in het ’uiterst dynamische’ politieke praatprogramma Buitenhof het volgende over zichzelf had bekend gemaakt: ’ik zie er misschien wat netter uit, maar ik voel wel dat radicalisme in me’. Bijna zou ik mijn handen vertwijfeld ter hemel heffen, waar zijn de ’good old times’ van het programma ’in de Rooie Haan’ gebleven? Wijlen journalist Joop van Tijn pleegde vooral CDA’ers en liberalen te fileren met zijn vileine vragen. Hans Wiegel had daar wel wat op gevonden, na de eerste vraag van van Tijn antwoordde hij rechtstreeks in de camera – naar ons toe dus! – en hield pas op als Joop hem tot de orde had geroepen. Prachtige televisie, een ferm lesje in het bespelen van de media door de voormalige bebrilde liberale leider. De vergelijking tussen Jetten en Wiegel gaat behalve dat beide brildragend zijn verder overigens volledig mank.

Toen ik Jetten een interview hoorde geven aan Frits Wester – overigens één van de oprichters van de CDA jongeren, het CDJA, maar dit terzijde – raakte ik ervan overtuigd dat deze jongen een zoon moet zijn van Dr. Clavan, één van de typetjes van Kees van Kooten. Dr. Clavan hanteerde bij het beantwoorden van vragen van interviewers de volgende tactiek: eerst herhaalde hij de vraag als een bevestiging maar dan in een andere volgorde en vervolgens grossierde hij in algemeenheden met de mooiste bijzinnen. Meestal was er voor de ’doorsnee’ kijker – zoals ik – geen touw aan vast te knopen. Dr. Clavan was net als Jetten – ook weer – brildragend, deze geleerde mannetjes moeten wel familie van elkaar zijn……

Laten we eens even het radicale verleden van jongeheer Jetten bestuderen. Ten eerste is de kersverse D66 voorman geboren in Veghel en opgegroeid in Uden. Nee hoor, het is zoals U het zegt, daar is niks mis mee hoor! Vervolgens studeerde hij bestuurskunde in Nijmegen – ook niks mis mee – en startte zijn carrière als managementtrainee bij Prorail (al helemaal niks mis mee!). Politiek gezien begon zijn loopbaan bij de Jonge Democraten, in deze club werkte hij zich op tot landelijk voorzitter. Na nog gemeenteraadslid respectievelijk fractievoorzitter voor D66 te zijn geweest in Nijmegen vervolgde hij zijn politieke pad in 2017 met het Tweede Kamerlid voor – wat een verrassing! – D66. Binnen ’no time’ volgde hij Alexander Pechtold op die vond dat het ’mooi was geweest en dat het tijd is voor een nieuwe generatie’.

Tja, Sigrid Kaag, de minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking  was volgens mij de favoriet van Alex, maar die was niet beschikbaar. Ik denk dat de andere kandidaten Jan Paternotte en Sjoerds Sjoerdsma naar de punten van hun schoenneuzen hebben gekeken toen hun duidelijk werd dat ’Wildersbevechter’ Pechtold voor Jetten gekozen had. Overigens niets ten nadele van Jan en Sjoerd, maar die zijn van hetzelfde laken een pak als Jetten : er passen er 13 van in een dozijn…… Concluderend: er is niks mis met de Curriculum Vitae van die ’jolige Jetten’ en dat is nu exact het probleem. ’Vleesch en bloed’ zijn nergens te bespeuren, geen wonder dat de bijnaam ’Robot’ voor hem is uitgevonden. Voor bewijs hoeft U slechts naar het door hem gegeven interview aan Frits Wester te kijken. Voor de leut geef ik U de link: https://www.youtube.com/watch?v=c6kej0OwaMc

D66 is zoals de partijnaam al aangeeft opgericht in het jaar 1966. Het gezicht en de aartsvader van de partij is natuurlijk H.A.F.M.O., Hans van Mierlo, kortweg Koning Hafmo. Naar mijn mening heeft D66 drie – redelijk – sterke leiders gekend, de genoemde van Mierlo, Jan Terlouw en Alexander Pechtold. Elk van dit drietal had – hoe je het wendt of keert – een bepaald charisme en een ietsjes ’radicaler’ verleden dan Rob Jetten. Lousewies van der Laan, Boris Dittrich, Thom de Graaf, allemaal aardige en bekwame luitjes, maar ze gingen alledrie de bietenbrug op. En dan heb ik het nog even niet over Maarten Engwirda, die zijn smoeltje niet mee had en zijn naam al helemaal niet. Maar goed alle genoemde politici zijn uitstekende hoeders van de democratie en nog vaak niet-dogmatisch ook. Het probleem is echter dat ’pennelikkers’ als Rob Jetten de grote massa nooit zullen aanspreken. De enige die dat werkelijk kon was van Mierlo, die was van écht ’vleesch en bloed’. Niet in de laatste plaats, omdat hij nog wel eens bloed in zijn alcohol had………

Rob Jetten zit er nu en blijft er wel een tijdje. Mijn eerste advies? Eerst maar eens die portretten van Els Borst, Pechtold en van Mierlo van je schouw verwijderen Rob! Aan de muur zou ik een levensgrote foto ophangen van de kersverse president van Brazilië Jair Bolsonaro met een groot geweer in zijn hand. En daaronder de tekst: Wees radicaal, Rob, elke dag, maar met mate! In polderland Nederland werkt radicalisme namelijk maar tot op een bepaalde hoogte. Vraag dat maar aan ’Mozart’ Wilders, de kans dat hij ooit regeringsverantwoordelijkheid zal dragen is kleiner of gelijk aan nul. Ik vrees dat het Thiery Baudet net zo zal vergaan, hij gelooft dat hij dé opvolger van Pim Fortuyn is. Maar zelfs als hij zich over zijn hele lichaam – en hoofd – kaalscheert is de kans dat er regeringsdeelname voor hem inzit kleiner of gelijk aan? Inderdaad 0,0.

De enige mogelijkheid voor de D66 links liberalen is om de dof uitgeslagen kroonjuwelen enigszins op te poetsen. Maar de referendumdiscussie heeft D66 definitief verloren – hoofdverantwoordelijke: de windvaan minister Kajsa Ollongren – en het rechtstreeks verkiesbare burgemeester- en premierthema is nu ook al van de scherpe kantjes ontdaan. Blijft over het ’dualisme’. Dit lijkt me echter een elitair onderwerp. Jan met de pet denkt bij ’dualisme’ volgens mij in eerste instantie aan een duel. Misschien wel aan een duel van darter Michael van Gerwen tegen een Engelse getatoeëerde dartkampioen. Maar niet aan het dualisme waar D66 voor staat of moet ik beter zeggen, voor stond. Sinds D66 in de regering Rutte heeft plaatsgenomen heeft Pechtold dit ’kroonjuweel’ definitief aan de wilgen gehangen, zelfs de afschaffing van de dividendbelasting werd door hem als een grote meloen doorgeslikt. Die hoefde niet eens eerst in stukjes gesneden te worden.

Maar als dé ideale spindoctor van D66 heb ik het nieuwe kroonjuweel en daarmee de redding van D66 in handen. ’Onderwijs’, dát is volgens mij het toverwoord. Hè, zult U zeggen, dat is toch al een grijs gedraaide vinylplaat voor D66. Inderdaad, maar het gaat me ook niet om die ’radicale’ D66 boodschap dat het onderwijs internationaler, kwalitatiever, diverser etc moet worden en altijd meer moneten behoeft. Dat is inderdaad een vinylplaat waarvan de groeven al zo diep zijn als als de dalen van de Dolomieten.

Nee, het gaat mij om artikel 23 van de Grondwet. In de wandelgangen en daarbuiten wordt dit wetsartikel altijd benoemd als de grondwettelijke bepaling die de ’vrijheid van onderwijs’ garandeert. Eigenlijk is dát één van de grootste zwendels van de politieke geschiedenis. Religie en religiebeleving – dit menen D66’ers ook – is een privézaak die in principe het openbare leven niet aangaat. Iedereen mag wat mij betreft geloven of niet geloven wat hij of zij wil en mag hiermee nog te koop lopen ook. Zolang ik op straat en in de tram mijn medemens nog in de ogen kan kijken en zolang ik door die ander in zijn of haar religiebeleving niet in mijn eigen vrijheid wordt beknot. In Nederland heeft volgens mij ieder woonachtig kind recht op historisch en hedendaags religieonderwijs. Dat betekent dat alle (wereld)godsdiensten in de schoollessen behandeld worden zonder dat er voorkeuren door het onderwijzend personeel worden aangegeven. Elke school is dus religieneutraal, thuis mogen de ouders de kinderen religieus van alles wijs maken zolang dit niet op gespannen voet staat met de Nederlandse wetgeving.

Op deze manier wordt het doel om meer begrip en respect voor elkaars – religieuze – opvattingen te bewerkstelligen mee gediend. Ik heb het ’vreselijke’ woord integratie nog niet genoemd maar dit is nu onvermijdelijk geworden. De discussie of we in een multiculturele samenleving leven of niet is ’fake’, in Nederland is de multiculturele samenleving gewoon een feit. Voor respect kweken en begrip opbrengen zijn het basisonderwijs én het voortgezet onderwijs van cruciaal belang en daar gaat het al mis. Met als hoofdschuldige in deze materie onze ’vrienden’ van het CDA. Het recht op bijzonder – voor het CDA Christelijk – onderwijs wordt door deze partij te vuur en te zwaard verdedigd. Vanuit hun standpunt begrijpelijk, maar dat betekent dat de Buma’s van deze wereld zich ook knarsetandend 100% achter de Islamitische scholen moeten scharen, want anders? Ja, anders moeten hun scholen met Bijbeltjes tevens worden omgebouwd tot algemene neutrale scholen.

Maar, wat is er mis met algemeen religieonderwijs? Ik ben ervan overtuigd dat de integratie, het begrip, het respect etc etc voor elkaars religieuze voorkeuren het beste gediend wordt als Joodse, Christelijke, Islamitische, vrijzinnige kinderen bij elkaar in de klas worden gezet. Vindt U mij een dromerige idealist? Wellicht, maar door als CDA onophoudelijk te hameren op de eis tot  – verdere – integratie van immigranten, maar tegelijkertijd vast te houden aan de segregatie in het onderwijs komen mij de argumenten van deze Christelijke partij mij ietwat schijnheilig over. En dan druk ik mij ’ultra-eufemistisch’ uit. De mannenbroeders van de SGP en Kuzu, de fractieleider van DENK zullen me verketteren maar: afschaffing van artikel 23 – op het gebied van bijzonder onderwijs – betekent pas écht vrijheid van onderwijs. En dan heb ik het nog niet eens gehad over al die docenten/onderwijzers die notabene grondwettelijk gediscrmineerd worden. Als leraar Engels middelbare school zonder bijvoorbeeld een Christelijke signatuur is het moeilijker een werkgever te vinden dan degene die zijn doopbriefje kan laten zien. Wettelijk is deze discriminatie niet toegestaan, maar in de praktijk? Als je er goed over nadenkt is deze situatie voor een vooruitstrevende westerse democratie onhoudbaar.

In hun hart zijn de meeste D66’ers het volgens mij hartgrondig met mij eens maar ja, ’het is nu politiek niet haalbaar, hè’. So what? Uiteindelijk krijg je met een duidelijke opstelling over artikel 23 van de grondwet hier wat voor terug. Misschien niet de afschaffing van artikel 23 in de komende 15 jaar, maar eens moet er over dit onderwijsthema stelling worden ingenomen. Als D66 doorgaat met het beslissingsmodel dat alleen zaken te berde worden gebracht die politiek wellicht haalbaar zijn voorspel ik een langzame desintegratie – passend woord in de discussie – van de ’programmapartij D66’. Kom op D66’ers! Laat oprichter van Mierlo zich niet in zijn graf omdraaien. Sommige principes verdragen zich niet met compromissen!

Hoewel iedereen het eens is dat gerechtvaardigde kritiek in principe bestaat, is niemand ooit geneigd andermans kritiek gerechtvaardigd te vinden. (Renate Rubinstein, schrijfster 1929-1990)

 

 

 

Reklámok

Vélemény, hozzászólás?

Adatok megadása vagy bejelentkezés valamelyik ikonnal:

WordPress.com Logo

Hozzászólhat a WordPress.com felhasználói fiók használatával. Kilépés /  Módosítás )

Google kép

Hozzászólhat a Google felhasználói fiók használatával. Kilépés /  Módosítás )

Twitter kép

Hozzászólhat a Twitter felhasználói fiók használatával. Kilépés /  Módosítás )

Facebook kép

Hozzászólhat a Facebook felhasználói fiók használatával. Kilépés /  Módosítás )

Kapcsolódás: %s