Wim de Bie vierde op 17 mei zijn verjaardag. En Máxima natuurlijk ook

Op 17 mei vierde de andere helft van het Simplisties VerbondWim de Bie – zijn 82e verjaardag. Onze – niet formele – Koningin Máxima mocht het vijfde kruisje achter haar naam zetten, voorwaar een memorabele dag voor die ontelbare Oranjeverenigingen die Nederland rijk is.

Zal golddigger Máxima op de hoogte zijn gebracht van het beste humoristische duo dat Nederland ooit heeft voortgebracht? Herman Tjeenk Willink was één van haar ’kwartiermakers’ voor een succesvol koninklijk verblijf in de Lage Landen, dus dat zit wel snor zou ik denken. Nee, dit denk ik natuurlijk niet écht, op het gebied van de ’s lands grote Humoristen zal ’de Tjeenk’ waarschijnlijk Toon Hermans aan de aanstaande koningin hebben geïntroduceerd. Om te eindigen met Freek de Jonge uiteraard, per slot van rekening is en blijft Tjeenk Willink een PvdA’er.

Manlief Willy heeft wel gedetailleerde kennis van het ’Koot en Bie-oeuvre’. In 2016 sprak hij de volgende slotwoorden uit na zijn bezoek aan Zwolle op Koningsdag: ’Zwolle zonder dollen, is een einde stad’. De tekst is afkomstig van de Elpee ’Mooie Meneren’, uitgebracht in 1982. Wim de Bie was verrast, van ’Zwolle zonder Dollen’ is bijvoorbeeld nooit een TV-opname gemaakt.

In Zwolle waren de organisatoren en de burgemeester verrukt, Willy had zelfs de moeite genomen om Zwolle met een gedenkwaardige quote te vereren. Wel, men heeft blijkbaar niet de moeite genomen om iets verder in de materie te duiken. Ik geef u het vervolg van de liedtekst: ’want ze houden niet van hollen, niet van grappen en van grollen, nergens anders dan in Zwolle gaan ze zo vroeg plat’. Toch niet zo flatteus voor de burgers van Zwolle Willie! Sterker nog, eigenlijk heb je die provincialen gewoon op z’n Haags een poepie laten ruiken.

Teksten van Koot en Bie zal Máxima waarschijnlijk niet debiteren, maar misschien heeft ze een andere ’quote’ in gedachten als uitsmijter voor haar vijftigste verjaardag. Dat wordt nog geen eenvoudige keuze, want de Koningin bekende al eens dat ze een brede muzieksmaak heeft, ze heeft geen specifieke voorkeuren. Toch heeft ze de naam van DJ Armin van Buuren wel eens laten vallen en da’s ook niet zo vreemd. Het Koninklijk paar beklom al vaker de podiumtrappen om naast Armin mee te dreunen op de ’sound of Armin’. Daarbij is het geluid wel eens weggevallen, Joost mag weten waarom…..

Welk nummer van Armin zou in aanmerking komen om geciteerd te worden door Hare Majesteit? ’Hoe het danst natuurlijk’, een muziekprojectje van Armin, Marco Borsato en Davina Michelle. Bij een bezoek aan het volgende provinciestadje, volgend jaar tijdens Koningsdag zal Máxima haar man de volgende tekst op melodieuze wijze voordragen: Wil je weten hoe het danst zonder mij? Misschien heb je meer balans zonder mij, als het moet zet ik een stapje opzij, als het beter, als dat beter is. Woorden met verschillende cryptische boodschappen, dat zal ’m leren die Willy!

Wat kan Wim de Bie hier tegenover stellen? Die keuze is snel gemaakt en daarom vraag ik beleefd aan Wim of hij nog één keer de ’Pieter van Vollenhoven-rol’ zou willen spelen. In het verleden heeft de Bie ’sophisticated’ pianowerk afgeleverd inclusief zang en grote oren. De tekst wil ik niet verklappen, U kunt aan het einde van dit artikel klikken op het muzikale meesterwerk. Ik denk overigens dat Hare Majesteit als fanatieke dansliefhebster moeilijk de juiste pasjes zal weten te vinden op het ritme van de Bie’s pianospel. De sirtaki komt al helemaal niet ter sprake al was het alleen maar om een – redelijk recent – mislukte Griekenlandvakantie.

Máxima, Gia mas! Weet U wat deze wijze van Grieks proosten letterlijk betekent?

About us’ ofwel ’over ons’. Vraag is of deze ’toast’ van toepassing is op het Nederlandse Koningspaar of slechts gaat over Máxima zelf. Als pluralis Majestatis…..

Zal Wim de Bie na de laatste pianoaanslag nog een mooie ’felicitatiezin’ in petto hebben voor de jarige Koningin? Ik heb er wel eentje gevonden van de oude meester: ’Ik zal van je houden, een liefde lang’.

Ook één met een redelijk cryptische inhoud……

PS heeft U het ’Máxima-interview’ van Matthijs van Nieuwkerk gezien? Is het charmeoffensief gelukt? Mwaah, niet echt. Meestens nietszeggende antwoorden, vooral waar het dat Griekenlandreisje betrof. De Koningin verweerde zich door te melden dat reizen naar Griekenland officieel ’mocht’. Ja Max, maar dat betekent nog niet dat je ’moet’ afreizen naar je mooie villa. Helemaal niet als vlak daarvoor Rutte en de Jonge iedereen in het land zeer dringend op het hart had gedrukt om zoveel mogelijk thuis te blijven. Conclusie is dat de Rijksvoorlichtingsdienst – RVD – alweer een bok heeft geschoten, voorgaande uitspraak hadden deze ’Royal spindoctors’ toch ietsjes anders moeten ’spinnen’. Die RVD is tegenwoordig geen Koninklijke knip voor de neus meer waard.

Afrekenen aan een Hongaarse kassa blijft een wonderlijke ervaring

(foto boven, Skála warenhuis in Boedapest, geopend in 1976, al weer 45 jaar geleden….)

Als 15-jarige kreeg je als doza – donderdag/zaterdaghulp – bij het inmiddels ter ziele gegane Vroom & Dreesmann eerst een cursusje hoe je met de klant afrekent. In volgorde: klant komt bij de kassa met bijvoorbeeld een potje Nivea crème. Als kassahulp kijk je de klant in het gezicht, groet hem of haar vervolgens en daarna tik je het af te rekenen bedrag op de kassa. In de bakkerij sluit je af met: ’anders nog iets?’ Stel dat het potje crème 2 gulden en 85 cent kost. Klant betaalt met een briefje van 10. Dit briefje wordt door de kassahulp aangenomen en zichtbaar op de kassa gelegd. Teruggave van het wisselgeld gaat als volgt: alstublieft Meneer/Mevrouw, 15 cent maakt 3 gulden en twee gulden maakt 5 en nog een briefje van 5 maakt 10. In deze volgorde wordt het geld op het daartoe bestemde toonbankschoteltje gelegd, behalve als de klant zijn hand opengevouwen houdt. In dit geval geeft de kassahulp het wisselgeld in de hand terug. Als laatste plaatst de kassahulp het briefje van 10 in het daartoe bestemde kassavakje en sluit de kassalade.

In Nederland heb ik gelukkig nog wel eens winkelervaringen – maar ook al veel minder –  die aan bovengenoemde standaard voldoen, in Hongarije amper. Niet zelden kom ik de volgende handelswijze tegen: kassahulp – ok, of cassière – neemt het tientje van de klant aan, stopt het meteen in de kassalade en kijkt de klant niet aan. Een ’goedendag’ kan er overigens meestal nog wel vanaf, gelukkig maar. De wisselgeldteruggave kan echter een groot probleem opleveren. Meestal werpt de kassahulp een blik op de kassa en ziet dat er 7 gulden 15 cent moet worden teruggegeven. In het Hongaarse geval 7 Forint en 15 fillér natuurlijk. Ja, ja wist U dat er 100 Fillér in één Forint gaan? Reeds lang afgeschaft die Fillér natuurlijk, de inflatie heeft ook in Hongarije zijn sporen nagelaten. Anyway, die 7 gulden 15 cent wordt uit de kassalade gegraaid en als één pakketje op het toonbankschoteltje gelegd of als een propje in des klants handen gedouwd. De bankbiljetten worden gewoon om de muntjes ‘heengefrommeld’.

Als je mazzel hebt murmelt de kassahulp bijna onverstaanbaar het bedrag van 7 gulden 15 nog als afsluiting. Een ’tot ziens’ kan er gelukkig nog wel vaak af, vooral als de klant als eerste vaarwel zegt. Hoofdrekenen meneer Sonneberg! Inderdaad, dat is vaak het probleem, kinderen en adolescenten kunnen niet meer in een fractie van een seconde 2,85 van 10 aftrekken. Daar hebben we tegenwoordig toch onze I-phone voor, wat zullen we nu beleven! Maar het is nog erger: dat aftrekken is al geen sinecure, maar het oorspronkelijke afrekenbedrag van 2,85 is ook al niet meer ’top of mind’ bij de cassière.

Waar zijn de goede oude communistische tijden gebleven? In de zeventiger jaren van de vorige eeuw ging het er in één van de schaarse warenhuizen heel anders aan toe. De aan te schaffen waar werd eerst door een wat oudere mevrouw kameradin aangenomen. Die gaf het door aan kameradin 2 die de prijs hardop meedeelde aan de caissière, kameradin nummer 3 dus. Met deze kameradin werd ook afgerekend waarop kameradin 4 de aangeschafte waar in een paar tassen deponeerde. Portier kameraad 5 knikte je bij het verlaten van het pand als het enigszins meezat nog vriendelijk toe, maar bleef op zijn kruk naast de uitgang zitten. De asbak voor zijn Kossuth-sigaret – bah, wat stonken die zeg – bevond zich namelijk naast zijn kruk en daarom kon hij natuurlijk in geen geval zijn zitplaats verlaten. Gevolg was dat je de zware winkeldeur met kunst- en vliegwerk moest proberen op een kier te krijgen. Waarna de voet tussen de deur kon worden gezet en je eindelijk het pand kon verlaten.

Mooie, ouwe, rooie tijden, werkloosheid was er niet en van kameraad János Kádár mocht veel, zelfs de boormachine uit de fabriek mee naar huis nemen. Dat was immers altijd nog beter dan dat die boormachine in de handen van de westerse imperialisten zou komen. Kádár formuleerde het zo: wie niet tegen mij is, is voor mij (en voor de rest regel je het maar voor jezelf en je familie, ik kijk wel de andere kant op…..)Daar maakte ene George W. Bush van: wie niet voor ons is, is tegen ons. Dat was vlak na 9/11 en dat hebben we geweten! Een totale mislukte Irakoorlog was het resultaat en de massavernietigingwapens waren in geen velden of wegen te bekennen.

Dat zijn veel winkels tegenwoordig ook al niet meer, de inschatting is dat alleen al in Nederland 1/3 van het totale fysieke winkelbestand als gevolg van de Coronapandemie zal verdwijnen. Geen probleem, we kopen ons nu toch al ongans via internetwinkels, lekker makkelijk. Bovendien zijn daarmee alle wisselgeldperikelen aan de kassa ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Maar vergeet niet, door dat ’makkelijke’ massale inkopen via Uw computerscherm dreigt nog wat anders als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Dat zijn namelijk Uw digitale moneten die in het digitale kassalaatje terechtkomen van Amazon, of erger nog het Chinese Ali Baba…..

Ontzuilde Omroepen

In 2014 waren er nog 3,5 miljoen burgers lid van een publieke omroep, daarvoor waren het er nog veel meer. Inclusief de nieuwe omroepen staat de teller momenteel op nog geen 2,5 miljoen. Tja, vroeger werd je als protestant lid van de NCRV, als gereformeerde lid van de EO, als arbeider of linkse Amsterdammer van de VARA en Cor van der Laak was natuurlijk krities AVRO-lid. Dit typetje, gespeeld door Kees van Kooten presenteerde zichzelf als een zeurderig burgermannetje, op deze wijze het gemiddelde AVRO-lid vertegenwoordigend. Met dien verstande dat ’Cor’ wel degelijk krities was op van alles en iedereen, zijn weigering om te betalen voor een eerste klasticket – in de trein – is legendarisch.  

Het op verzuiling gebaseerde omroepstelsel begon ietwat te kraken met de introductie van de ’vertrossing’. Midden jaren zestig van de vorige eeuw werd de TROS – Televisie Radio Omroep Stichting – opgericht en werd met luchtige programma’s immens populair. Bananasplit en animalcrackers (met André van Duin) werden ’smashing hits’, maar daar was de publieke omroep toch niet voor uitgevonden? De TROS ging niet uit van religieuze of politieke beginselen, dientengevolge kwamen de programmamakers met pretentieloze TV-verpozing. ’Leuke dingen voor de mensen brengen’, dat was het adagium. In feite schopte deze nieuwe club hiermee de principes van het Omroepbestel ondersteboven, maar dat was TROS-leiding ’(eenheids)worst’. Eigenlijk was er sprake van een wolf in schaapskleren, de TROS was vanaf de start een commerciële omroep avant la lettre.

Nog even een kleine rectificatie, in Nederland heeft lange tijd niet een omroepbestel, maar een omroepbladenbestel bestaan. Omroepen hadden in de vorige eeuw nog het alleenrecht de programmering van de komende week te vermelden in hun omroepblaadjes. Wilde je weten wanneer de Dolly Dots bij de TROS optraden, dan moest je eerst wel neuzen in de Studio (van KRO), of de AVRO bode. Omroepen hadden in die tijd een comfortabele monopoliepositie, met de opheffing hiervan begon de definitieve neergang

Hiernaast kregen de omroepen steeds meer concurrentie van andere mediavormen, zoals Netflix, HBO, Youtube, social media en weet ik wat al niet meer. Ouderen kijken nog wel regelmatig naar de 3 nationale zenders en dat verklaart het suces van Jan Slager, de grote man achter omroep MAX. Janneman is met zijn ouderencluppie inmiddels – in ledental – omroepen als AVRO/TROS voorbij gestreefd. Ja, Cor van der Laak is in 2014 getrouwd – sorry, gefuseerd – met Ivo Niehe, het huwelijk houdt wonderwel stand. Maar dat is geen verrassing, de fusie van deze twee omroepen kan als volgt worden omschreven: traditionele BUMA – Burgerman – ontmoet iets jongere traditionele BUVRO, Burgervrouw……

MAX is de enige die sinds 2014 een groei in ledental laat zien alsmede de nieuwkomers natuurlijk. Arnold Karskens komt met stip binnen met zijn ’Ongehoord Nederland’. Volgens de (oud)journalist Karskens is er behoefte aan een gezond rechts geluid, de meeste bestaande omroepen zijn in zijn ogen zo links als de pest. Wel, misschien niet als de pest, maar het progressieve geluid heeft wel een beetje de overhand, bij het NOS-journaal merk ik dat dagelijks. Heel erg storend vind ik dat overigens niet, wel is de ’NOS-navelstaarderigheid’ mij een doorn in het oog, zowel de kwantiteit als kwaliteit van buitenlands nieuws laat zwaar te wensen over.

Verder is daar omroep ZWART, een initiatief van onder de rapper Akwasi. Deze veelkleurige club is eigenlijk een soort tegenhanger van Ongehoord Nederland. Prima hoor, wat mij betreft is er voor beide plek in dat vermolmde omroepbestel. Eigenlijk doen deze nieuwkomers weer een beetje recht aan de originele publieke omroepfilosofie. Karskens is de spreekbuis van FvD, PVV en hun – inmiddels veel – afsplitsingen. Akwasi is meer de voorman van partijen als BIJ1 (Sylvana Simons), GroenLinks en een beetje D66. Ik ben benieuwd naar hun programma’s, op verdere vertrossing zit – in ieder geval – ik niet te wachten.

Commerciële omroepbaas John de Mol ziet dat publieke omroepbestel al jaren met lede ogen aan. 80% van de programma’s van NPO 1 tot en met 3 is inmiddels als commercieel te kwalificeren, maar de Avrotrossen en de BNNVara’s blijven toch een (commerciële) voorsprong houden op John’s Talpazenders. Ze delen in de STER-reclameinkomsten én krijgen centjes uit de staatspot. Meer dan 800 miljoen Euro in 2021, John de Mol daarentegen moet zijn budgetten uit commerciële inkomsten ophoesten. Wat zegt U, valse concurrentie? Wel degelijk, op lange termijn lijkt mij deze anomalie niet houdbaar.

Uiteindelijk zullen we in Nederland ook richting een BBC-model moeten gaan, de basis dient bij de publieke omroep op nieuwsvoorziening gestoeld te zijn. Met een flink snufje cultuur natuurlijk, maar that’s it. Ik zal de dag prijzen dat ik naar een uitgebreid NOS buitenlandjournaal mag kijken. Eigenlijk is het een ’big shame’ dat een volk met zoveel internationale (handels)contacten tijdens het acht uurjournaal minutenlang wordt ’verwend’ met het dilemma of het ’wild’ in de Oostvaardersplassen moet worden bijgevoederd of niet. Om vervolgens minutenlang verveeld te worden met het volgende leugentje van ene Rutte. Het navelstaren wordt op deze manier alleen maar aangemoedigd……

Piratenzender Veronica arriveerde in 1974 legaal op het vaste land. De VOO (Veronica Omroeporganisatie) was snel geboren, maar dit avontuur was geen lang lot beschoren. Veronica ’ging’ al snel weer commercieel, de publieke omroep werd geen vaste pleisterplek. Niet vreemd overigens, als we ons nog één van de oude Veronica-slogans herinneren: Veronica komt naar je toe deze zomer!

In een poging de Evangelische Omroep een ietwat sexy imago te geven stelden lolbroekerige reclamemakers het EO-bestuur de volgende slogan voor: Jezus komt naar je toe deze zomer!

Het is ’m niet geworden, uiteraard, maar ik heb wel een serieus sloganvoorstel voor de NPO/NOS. Indien er nu eens werkelijk wordt nagedacht over een professionele (internationale) nieuwsvoorziening dan heb ik de ideale one-liner al gevonden:

De wereld komt bij je binnen met de NOS (ook in de zomer…..)

Virgil van Dijk niet naar EK, Arjen Robben (misschien) wel?

Eerst maar eens het treurige nieuws. Virgil van Dijk is één van de beste verdedigers in het huidige profvoetbal, hij heeft het in zich om legendarisch te worden. De knieblessure die hem overkwam tijdens de wedstrijd Liverpool – Everton (17 oktober jongstleden) houdt hem echter nog steeds ’aan de kant’. Net nu het EK voetbal voor de deur staat……

Van Dijk hakte volgens eigen zeggen zelf de knoop door, het EK voetbal dat in juni aanvangt komt te vroeg voor de aanvoerder van Oranje. Bijzonder spijtig. ik denk dat de ’persoonlijkheid’ van de Liverpool-verdediger node zal worden gemist. De leidersrol zal door een andere speler moeten worden opgepakt, kandidaten hiervoor zijn echter niet te bespeuren. Matthijs de Ligt misschien? Mwaah, nog een beetje jong, bovendien is zijn club Juventus bezig aan een rampenseizoen. Oudgediende Daley Blind dan? Mwaah, is niet echt een leiderstype en komt terug van een blessure. Georginio Wijnaldum dan maar? Hij is toch zo’n beetje de huidige ’stand-in’-captain nu zijn Liverpoolmaatje gewdwongen aan de kant zit. Mwaah, niet echt overtuigend in een leidersrol, bovendien vind ik hem het afgelopen half jaar nu niet de centrale motor waarop Oranje draait.

Gelukkig hebben we een ’standvastige en overtuigende’ bondscoach – Frank de Boer – die ’van plan is met zijn elftal veranderingen in gang te zetten in Qatar’ , waar in 2022 het WK wordt georganiseerd. Ja, ja, veranderingen teweeg brengen, zonder dat het Nederlands elftal reeds plaatsing heeft afgedwongen. Deze ongeloofwaardige en merkwaardige uitspraak deed de Boer ook nog eens vlak voor de belangrijke WK-kwalificatiewedstrijd, uit tegen Turkije. Ok, de mensenrechtenkwestie in Qatar aanroeren is belangrijk, maar NIET vlak voor een sleutelwedstrijd in Turkije. Fout, fout, fout, en dan heb ik het nog niet eens over de Boer’s gestamel over de met ’bloed aan de paal’ gebouwde stadions. Juist Frank de Boer had met zijn in het verleden verdiende Qatarse oliedollars heel anders met deze kwestie moeten omgaan. Bijvoorbeeld door zijn ’mensenrechtenpersconferentie’ na de match tegen Turkije te plannen.

Frank is een alleraardigste vent, maar op geen enkele manier te vergelijken met Ronald Koeman of Louis van Gaal. Hiernaast helpt het ook niet mee dat zijn trainerscarrière de laatste jaren enigszins in het slop is geraakt. Na debacles bij Internazionale Milan en Crystal Palace nam de Boer de wijk naar de Verenigde Staten. Bij Atlanta United was hij redelijk succesvol, maar moeten we die Amerikaanse voetbalcompetitie nu echt serieus nemen? De Boer teert nog altijd op zijn Ajax-successen, maar dat Ajaxkrediet is een keer ’op’. Frank wacht al een tijdje op verse (bit)coins.

Daarvan wil hij een grote berg opstrijken, om te beginnen met een succesvol EK. De druk op zijn schouders wordt immens, het Nederlandse voetbalvolk hunkert naar Oranje-voetbalpalmares. In een dergelijke stresssituatie komen ’leaders – en losers’ – altijd boven/onderdrijven. Het wordt de ultieme lakmoesproef voor Frank deze zomer, ik vrees nu al met grote vrezen. Nederlanders in het algemeen en voetballers in het bijzonder zijn eigenwijze ’wezens’ die bij onvrede/slechte resultaten als kikkers uit de kruiwagen dreigen te springen. Voor Frank de Boer geldt niet alleen het adagium ’de boel bij elkaar houden – van oud PvdA – leider Job Cohen – , nee, hij dient een onoverwinnelijke sfeer te creëren. Dit lukte Louis van Gaal in 2014 uitstekend door met ’zijn’ elftal bijna de finale van het WK in 2014 te bereiken. Met het ’materiaal’ dat van Gaal tot zijn beschikking had was dat een prestatie van formaat. Want spelers als Martins Indi en Ron Vlaar waren niet eens van Europese klasse.

Kwalitatief zit het momenteel bij Oranje dan misschien niet 100% snor, maar er is voldoende stootkracht om een puik resuultaat neer te zetten van de zomer. ’We’ missen alleen nog een leider op en/of rond het veld. Daarom is de ’optie Arjen Robben’ zo slecht nog niet. De geboren Bedumer (Groningen) nam in oktober 2017 officieel afscheid van het Nederlands elftal en in 2018 van het (Duitse) clubvoetbal. Maar naar voorbeeld van Heintje Davids kon de kleine Groninger het toch niet laten en trok zijn voetbalkicksen weer aan. Dit seizoen was hij bij zijn oude liefde Fc Groningen bijna continu geblesseerd, maar vorige week waren er weer prachtige flitsen te bewonderen van de dribbelaar pur sang.

Op de vraag van een NOS-reporter of hij bij 100% fitheid bereid zou zijn om het Oranje-shirt weer aan te trekken antwoordde Robben positief. ’Zijn stoutste dromen’ zouden dan in vervulling gaan. Desgevraagd antwoordde Frank de Boer het volgende op deze flirt: ’zeg nooit nooit, maar voor nu sluit ik het uit’. Prachtige abracadabra nietwaar? Morgen kan de Boer’s mening dus weer anders zijn, da’s eigenlijk de boodschap die wordt afgegeven door de bondscoach.

De hamvraag is of Arjen nu moet worden opgenomen in de selectie of niet. Wat mij betreft meteen! Robben is alleen al in de kleedkamer een inspirerend figuur en bovendien als pinchhitter in te zetten. In de laatste twintig minuten of zo, als er wat geforceerd moet worden. Ok, ok, maar wie komt dan op de afvallerslijst terecht? Wat dacht U van een Ryan Babel? hem bedanken we netjes voor alle verdiensten met een nieuw kleurspoelinkje (voor in zijn haar). Verrek, maar dat is nog niet eens nodig, vanwege de Coronaperikelen mogen alle deelemende voetbalteams hun selectie met 3 voetballers uitbreiden, van 23 tot 26.

Frankie jongen, opgelost dit dilemma! Je hoeft niet eens iemand weg te sturen. ’Er hoeven geen radicale veranderingen te worden aangebracht’ (zoals in Qatar) in je selectie. Gewoon doorgaan met ademhalen, kalmpies an, zo breekt het lijntje niet. Als het lijntje onder Frank de Boer maar geen slap koord zal blijken te zijn….

Buitenshuis eten, het kan weer!

Het ’zelf koken’ of een maaltijd ’to go’ bestellen ligt voor een deel achter ons, we kunnen weer naar een Hongaars of Hollands restaurant. De Hongaar met een een plastic inentingsbewijs mag tegenwoordig zelfs naar binnen als het op het terras te frisjes wordt. Maar het wordt nu toch ook hoog tijd om in de (digitale) reisgidsen te snufelen, want de mediterrane landen lonken. Daar heeft de ongeduldige Hongaar/Hollander lang op moeten wachten. De culinair verwende Vlaming moet deze hernieuwde mogelijkheid toch ook in de oren klinken als twee kristallen wijnglazen die tegen elkaar ’aanklinken’.

Aah, straks is het weer zover, de uitrustende vakantievierende mens kan weer op een zonovergoten terras aanschuiven, verse salade, zeebanket en een ijsgekoeld drankje binnen handbereik. Maar op welke terrasstoel, barkruk, sjieke restaurantzetel neemt de Hollander/Hongaar plaats, hoe geschiedt de keuze van het menu, hoe converseert men, hoe kiest men de passende wijn en wordt er wel een fooi gegeven aan de kelner? Zeg me hoe en wat U eet en ik zal zeggen wie U bent.  We gaan beginnen, portemonnee gevuld? En, niet vergeten – net als op vroegere schoolreisjes – , goed humeur meenemen. Uiteraard zijn onderstaande beweringen en conclusies stereotiepen, dus zijn ze waar! Noot: ik neem in mijn voorbeelden Vlamingen ook – kort – mee, maar als Hongaarse Nederlander of Nederlandse Hongaar zou ik het best wel eens bij het verkeerde eind kunnen hebben. Maar ik heb wel al met heel wat Vlamingen aan de dis gezeten, dat dan weer wel!

  1. Waar gaan we eten

Hongaar: de gemiddelde Hongaar gaat niet zo vaak uit eten, daarom wordt van tevoren vaak uitgebreid bekeken welke mogelijkheden er zoal zijn. In Boedapest is dat tegenwoordig geen probleem – zelfs een handvol Michelin restaurants staan ter beschikking – maar in de provincie moet het culinair genot nog vaak met een lampje gezocht worden. Meestal gaat de Hongaar in het maken van zijn restaurantkeuze uit van ’horen zeggen’ informatie. In het buitenland gaat de Hongaar nu iets vaker uit eten maar meestal pakt hij zijn auto vol met Hongaarse paprika’s, behalve als het een goedkope all-inclusive holiday betreft, ’s Morgens om 8 uur staat hij al bij het lopend buffet om de krenten uit de pap te pikken. Bij voorkeur met een zelfgetapt biertje erbij en een ouzo of een raki erbij, ’ausnutzen’ hè zou de Duitser zeggen. Zo bestaat het ontbijt voor de Hongaar tot een uur of elf uit minimaal 5 zwaar alcoholisch overgoten gangen, zijn lever levert in deze periode een prestatie van wereldformaat

Hollander: Deze stapt vaak lukraak een eettent binnen, zonder er iets van gehoord te hebben. Keuze en kwaliteit te over in Nederland, dus wie doet je wat. Een duurder restaurant wordt wel vaak van tevoren gereserveerd, vooral als de maaltijd een culinair avontuur moet zijn. Peinzend staart de Hollander dan lang naar de menukaart met vreemdsoortige uitdrukkingen waar hij maar geen chocola van kan maken. Zogenaamd category-eten is populair, bijvoorbeeld veganistisch, fine eastern, tapas, Surinaams, Boliviaans, Verweggistans, esoterisch, een hele santekraam van – decadente – mogelijkheden staat letterlijk op het menu. In het buitenland strijkt den Hollander graag op welk terrasje dan ook neer, maar bijvoorbeeld in het Italiaanse Toscane zoekt hij ook gericht naar dat dure authentieke restaurant waar hij altijd teveel afrekent en moet uitkijken geen nepchianti ingeschonken te krijgen. In het all-inclusive resort vertoont de Hollander hetzelfde gedrag als de Hongaar met dien verstande dat de eerste alcoholische versnapering pas vanaf 11 uur wordt genuttigd.

Op dit tijdstip komt de oververmoeide Hollander namelijk pas van zijn hotelkamer. Sorry, om zeven uur is de Hollander er door het sirenegeluid van zijn mobiele wekker er al uit om op de best gelegen ligbedden naast het zwembad zijn handdoek neer te leggen. Om vervolgens weer lekker in zijn nest te duiken. De Hongaar heeft het nakijken als hij om 8.30u een plaatsje voor zijn handdoek probeert te vinden, mokkend vertrekt hij weer naar het lopend buffet zijn teleurstelling wegspoelend met de volgende Ouzo. Behalve als er Bacardi voorhanden is uiteraard, een baco bestaat uit 90% rum en 10% cola. Deze mixverhoudingen worden overigens tevens regelmatig gehanteerd door de Hollandse gast.

Vlaming: gemiddeld genomen in ieder geval culinair meer onderlegd dan de Nederlander. In Vlaanderen wordt een goed diner gecelebreerd, aandacht voor de gerechten zit er bij Vlamingen vaak ingebakken. Goede restaurants zijn in Vlaanderen overal te vinden, zelfs op zeer onverwachte plekken. Natuurlijk zijn er ook Vlamingen die een all-inclusive resort boeken en hetzelfde gedrag vertonen als Nederlanders. Toch heb ik de indruk dat het  – ook relatief – een lager aantal betreft.

  • Wat gaan we eten?

Hongaar:  In een Hongaars restaurant neemt de Magyar allereerst een Hongaars gedistilleerd, pálinka genaamd. Vervolgens bestelt hij meestal soep, soep moet, zonder soep loopt alles in Hongarije in de soep. Bij de soep consumeert de dorstige Magyaar vaak een zogenaamde fröccs, meestal met tweederde deel droge witte wijn en éénderde deel sodawater. Het hoofdgerecht bestaat bij voorkeur uit veel  vlees, vetranden zijn zeer welkom. Scherpe paprika ontbreekt nooit evenals een grote kan wijn en een fles spuitwater. Een ruim uitgevallen dessert bekroont de maaltijd, veelal pannekoekjes – palacsinták – rijkelijk gevuld met allerhande zoetigheid. Koffie drinkt de Hongaar ter besluit niet – ben je gek! -, de zitting eindigt zoals deze begonnen is, met een pálinka dus. In het buitenland is den Hongaar geen culinair avonturier, te duur en te onzeker. Meestal wordt een pizza uitgekozen of een gyrosmenu, deze zijn tenminste bekend van thuis. Helaas wordt Gyros in Hongarije vaak geserveerd met paarse kool en veel te vette saus.

Conclusie van de Magyar is dan ook vaak dat de ’buitenlandse’ Gyros niet ’echt’ smaakt en de pizzabodems veel te dun zijn. Tja, American pizza is GEEN pizza maar een goedkope deegwand met smurrie erop beste Hongaar! O ja, zou ik nog bijna de Hongaarse vissoep – halászlé – vergeten, niet zelden een must in het Hongaarse restaurant. Nooit met zeevis, maar met snoek, meerval, karper etc etc. Graten neemt de Magyar op de koop toe, bij enig gevoel van ongerief in de keelholte volstaat – uiteraard ad fundum – een flink glas wijn. Ok, ok, de op cholesterol beluste karpatenbekkenbewoner is tevens gek op ganzenlever, maar niet als ’guilty pleasure’. Als de portemonnee het toelaat wordt er een grote biefstuk besteld met pontificaal een flink stuk ganzenlever er bovenop. Hier heeft de hardwekende Hongaar recht op en gelijk heeft ie.

Hollander: in een simpel eetcafé neemt de bewoner van de lage landen gaarne biefstuk met frites en een biertje.Tot mijn diepe spijt sterft het traditionele Chinees-Indische restaurant langzaam uit, in de provincie vind je de ’good old’ Chinees gelukkig nog geregeld waar de babi pangang en bami goreng nog steeds grote hits zijn. Helaas vaak alleen nog op internetbestelling of op afhaalbasis, binnen zitten tussen de goudvissen en Boedhabeelden? Daar halen zelfs ’Fred en Ria’ tegenwoordig hun neus voor op. Den Hollander voelt zich altijd prima op zijn gemak in een laagdrempelig restaurant, betreft het echter ’chic’ buiten de deur eten, dan wordt een gerecht vaak gericht gekozen in een vaak ietwat serieuze atmosfeer. Het mooiste is natuurlijk om te pochen op één of andere doodsaaie verjaardag welk bijzonder gerecht je wel niet hebt genuttigd in dat bijzondere veganistische restaurant, of in die kleine romantische bistro, of bij Okura in Amsterdam, of bij Chateau Neercanne in Limburg, of op het REM-eiland of bij Ctaste in Amsterdam of…….Ctaste is natuurlijk minimaal een bravoureverhaal van een half uur, hier eet je in het donker, je wordt bediend door een blinde ober en ȧ la carte bestellen is er niet bij, na afloop moet je maar raden wat je gegeten hebt.

De Nederlandse restaurantbezoeker is inmiddels geeuwend verveeld geraakt van ’normaal’ uit eten, het moet almaar gekker, decadenter en spannender. Het zou me niet verbazen als ze in de de Johan Cruijff arena een eettent openen in de catacomben van het stadion met een glazen wand zodat de geachte patjepeeërgast de voorbijkomende Ajaxsterren als Tadić en Blind kan aanschouwen bij het binnenlopen van het stadion. De voetballers moeten dan op hun beurt niet de mogelijkheid hebben om de etende ’voetbalsupporters’ en ‘voetbalbobo’s te zien, stel je voor dat een Ajaxvoetballer zijn opgepimpte liefje aan tafel ziet zitten met Edwin van der Sar. Wat zegt U? Zoiets bestaat al? Ziet U, waarheid is altijd vreemder dan de verbeelding. ’Alstublieft, meneer van der Sar zegt de ober, de amuse s’il vous plaît. Antwoord van der Sar: dank U, ik amuseer me prima, maar breng me snel wat meer ’te kanen’, want ik ben geen medici hoor!’  Uit eten moet voor den hollander tegenwoordig een ’experience’  zijn, eigenlijk is de keuze van het menu secundair. Dit geldt ook voor sjiekere buitenlandse eetavonturen op agriturismo-adressen waar de hoofdpijnlambrusco vaak wordt gecelebreerd als de beste Amarone of Barolo. Den polderbewoner blijft een dodo op culinair gebied. Let maar eens op hoe de meeste Hollanders hun wijnglas vasthouden. Need I say more?

Vlaming: Vlaanderen ligt – hoe je het ook wendt of keert – dicht bij Frans(talig) gebied en de invloed van de Franse keuken is onmiskenbaar aanwezig. Dat is in dit geval een voordeel. In Brussel vind je naast de tradionele restaurants het gehele wereldpallet aan smaken, maar de hoofdstad is natuurlijk een vreemde eend(eborst) in de bijt. Verschil met Nederlanders is dat de Vlaamse keuken ook een rol speelt op de menukaart, ik noem alleen maar waterzooi en waterkonijn (muskusrat).  En ten aanzien van het dessert: waar stond in de begin jaren negentig crème brȗlée op het menu in een gemiddeld restaurant in Nederland? Op zeer weinig plekken kan ik U vertellen maar in Vlaanderen struikelde je er toen al over.

  • Dan de laatste, wat mij betreft leukste vraag: hoe gedragen we ons in het restaurant?

Hongaar: produceert, als hij nog enigszins nuchter is weinig decibellen. Aan tafel wordt bijna gefluisterd alsof er verderop een geheimagent van de beruchte AVO zit met een microfoon in zijn knoopsgat. Er is echter een omslagpunt dat optreedt bij een bepaald alcoholpromillage. Is deze bereikt, dan wordt de trotse Magyar luidruchtig en voegt hij regelmatig vulgaire woorden toe aan zijn vocabulaire. Ik heb het meermalen meegemaakt, in veel Hongaren schuilt een Dr. Jekyll and Mr. Hide. Niet zelden wordt er met de tafelgasten een flinke ruzie uitgevochten, politiek is alleen maar een discussiethema, pardon ruziethema als er flink gepimpeld wordt. Vanwege de gevoeligheid van dit onderwerp houden de meeste Hongaren zich in nuchtere staat koest of zogenaamd onwetend. Maar als het meezit eindigt de avond met het gezamenlijk zingen van melancholische liederen met veel tranen overgoten. De vriendschap heeft standgehouden en is zelfs versterkt. In het buitenlandse restaurant is er sprake van Hongaarse teruggetrokkenheid, veel gedronken wordt er überhaupt niet – te duur – , men converseert op gedempte toon en kijkt nieuwsgierig om zich heen wat de andere gasten zoal bestellen.

Hollander Ook bij de polderbewoner is er sprake van een Jekyll en Hyde effect. In de ’Chinees’ is hij vaak zeer luidruchtig, de uitdrukking ’breking Peking’ komt echt niet alleen voor in studentenkringen. Op terrassen doen Hollanders in decibellen vaak niet onder voor de oosterburen, helemaal niet als we rondkijken op Mallorca, Kreta, de Costa del Sol en zelfs op Bali schrikken de Indonesiërs zich regelmatig een hoedje: zou er weer een aardbeving aankomen? In het sjieke etablissement zit de kaaskop er vaak opgedirkt bij en converseert hij ongemakkelijk, behalve als het twee havenbaronnen betreft die het allemaal ’geen reet’ kan schelen.

In een sjiek restaurant zijn veel Nederlanders bang om kardinale fouten te maken. Eet ik met het bestek wel van buiten naar binnen en is dat schaaltje water met een schijfje citroen nu om op te drinken of niet? En moet ik die garnalen met huid en haar opeten of welk gedeelte zal ik afpellen en welk gedeelte niet. Mag ik überhaupt die garnalen zonder mes en vork eten? Één grote stress-situatie is het gevolg, dat is ook de reden dat den Hollander zo vaak angstpoepjes moet doen op een toilet waar hij overigens vaak ook niks van begrijpt. Hoe spoel ik nu door op dit vermaledijde ding vraagt hij zich vaak vertwijfeld af.

Hongaar: De keuze van het menu in de Hongaarse uitspanning is vaak een zoekplaatje van formaat. Een menukaart zo dik als een encyclopedie wordt nog regelmatig in de handen van de gast gedouwd. Bij de misschien voorzichtig gestelde vraag aan de kelner welke verse gerechten verkrijgbaar zijn antwoordt deze steevast: alles is vers bij ons! Gelukkig weet de Hongaar vaak al wat hij wil eten, hij geeft zijn bestelling gedetailleerd af met begeleidende opmerkingen als vlees een beetje rosé, extra brood, scherpe paprika erbij etc. De keuze van de wijn is meestal ook snel gemaakt, de gemiddelde Hongaar weet wel waar de dorstige Abraham zijn mosterd haalt. Fooi wordt altijd gegeven, zelfs als men uitermate ontevreden is. Klagen over het wellicht te koud geserveerde eten wordt slechts onderling gedaan, de ober hierop aanspreken is vaak een te grote emotionele barrière.

Kwalitatieve wijn wordt in Hongarije vaak rechtsteeks uit de klimaatkast op tafel gezet, de Cabernet Sauvignon barrique wordt geacht op een temperatuur van circa 13 graden Celcius genuttigd te worden. Tja, de Hongaarse uitspanning moet natuurlijk wel laten blijken van de nieuwste snufjes voorzien te zijn. Maar ook daarover geen onvertogen woord richting de ober. Voor de grap heb ik bij zo’n kouwe rode wijn wel eens nog om extra ijsklontjes gevraagd, wat denkt U? Stante pede werden ze bezorgd! In het buitenland zorgt de met een minderwaardigheiscomplex kampende Magyar ervoor dat hij zich uitermate bescheiden opstelt, fooi wordt altijd gegeven, alles was lekker en mooi. Buiten echter wenst hij de Italianen Grieken, Spanjaarden etc na een slechte eetervaring een reis naar Sodom en Gomorra toe.

Hollander: Vaak wordt in een eettent de ober niet eens aangekeken bij het opgeven van de bestelling, een bijzonder onaangename gewoonte die gelukkig in Nederland door het bedienend personeel vaak voor kennisgeving wordt aangenomen. In de simpele ’Chinees’ of eetcafé wordt de besteladministratie snel afgedaan, dit in tegenstelling tot de sjiekere locaties. Daar wordt met de leesbril op de neus ter verhoging van het decorum de menukaart uitgebreid bestudeerd. Stilletjes oefent de Hollandse polyglot op de uitspraak van Boeuf Bourguignon maar valt alsnog door de mand bij de bestelling van een uit de Loire afkomstige bicépagewijn. Uiteraard uitgesproken als Képage. Vroeger leerde mijn oude Franse leraar ons al dat je niet voor 3 kenten naar het kircus kan, ook niet voor kinq centimes trouwens.

 Aldus is de wijnkaart voor den kaaskop pas echt een uitdaging. Hier moet aan de mede-tafelgasten beslist de indruk worden gegeven dat jij een wijnconnaisseur bent. Gelardeerd met één van je eigen ervaringen bij een wijnkelder in Puglia/Italië kom je tot een geadviseerde keuze die je ’in de groep gooit’. Hoe vaak heb ik zo niet de meest vreemdsoortige vinoloogachtige kennis mogen aanhoren, baarlijke nonsens meestal. Den Hollander geeft vaak fooi via zijn kredietkaart, de obers hebben daar uiteraard meestal geen fluit aan. Hetzelfde gedrag vertoont de Nederlander in het buitenland, na de kredietkaarbetaling staat de Griekse ober er vaak bedremmeld bij, weer niks verdiend! Usance is tegenwoordig om in een buitenlands restaurant de ober te vragen om regionale authentieke gerechten met bijbehorende wijn of bier. Het gebeurt regelmatig dat de koks zich in hun vuistje lachen, zo kunnen ze hun overgebleven ’meuk’ van die avond weer kwijt.

Overigens heb ik nog twee dringende adviezen bij Hongaars restaurantbezoek: 1. vaak wordt een servicefee van meer dan 10% extra berekend bovenop de genoteerde prijzen op de menukaart. Kleine lettertjes lezen en dan GEEN fooi verstrekken. 2. niet proberen op z’n Hongaars te communiceren met de ober. Eenmaal maakte ik mee dat een enhousiaste Hollandse gast de rekening vroeg in het Hongaars en vervolgens een mand broodjes kreeg. Tja, dat had U toch besteld meneer! Groot voordeel van veel polderbewoners is wel dat men bij bijvoorbeeld koud geserveerd eten de ober hierop wijst, ja ja, aan assertiviteit geen gebrek. Dit slaat dan weer door als de Nederlandse connaisseur du vin pur sang de wijn terugstuurt, omdat deze ’kurk’ zou hebben. Deze conclusie trekt den Laaglander vaak reeds als hij aan de kurk geroken heeft. Tja, die kurk ruikt naar kurk, misschien zelfs naar een beetje schimmel, het zegt echter niks over de inhoud van de fles. Tevreden proeft de wijnconnaisseur van de nieuw gebrachte fles en concludeert dat deze toch een stuk beter is. Ik merkte uiteraard geen enkel verschil, wat maakt het uit, ik betaal de rekening als echte Hollander toch niet. Dit indachtig het principe van de ’Dutch Treat’: ik nodig jou uit voor een diner in a ‘fancy’ restaurant en JIJ betaalt.

Vlaming: heeft natuurlijk verstand van wijn, dat wordt hem/haar met de paplepel ingegoten. Wat dit betreft lijken Vlamingen meer op Fransen dan Nederlanders. Gelukkig maar, zou ik zeggen. In restaurants zijn Franse wijnen nog steeds oververtegenwoordigd, maar dat hoeft kwalitatief geen nadeel te zijn. Integendeel. Verder is mijn ervaring dat de ’Vlaanderense’ obers toch iets minder vaak ruiken aan de kurk om te controleren of de wijn eventueel ’kurk’ heeft. ’Kurk’ ontstaat meestal als de kurk in de wijnfles ’besmet’ is met een bepaald type schimmel dat ervoor zorgt dat ere en chemische verbinding (TCA) in de wijn ontstaat. Deze zorgt ervoor dat de wijn muf smaakt, als naar nat karton. Om deze besmetting te constateren moet je eerst de wijn ’voorproeven’. Ruiken aan de kurk helpt niet, de schimmel die TCA veroorzaakt is met de neus niet te detecteren.

De aan de kurk ruikende ’sommelier’ zult U in Antwerpen niet snel aantreffen. Overigens, de Vlaming is uitermate goed in staat te checken of de wijn kurk heeft of niet. In Nederland is het voorproeven vaak een beschamende vertoning. ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer schuivend proeft de Hollander de wijn, waarbij hij met zijn vingers het glas stevig vastpakt in plaats van bij de voet of het steeltje. Misschien doet de laaglander een poging om het wijn in het glas te laten walsen, meestal ontaardt dit in gulpende schokgolven die eindigen op het witte tafelkleed. Welnu beste Vlaamse vrienden, dat heb ik bij U op het ’Vlakke Land’ toch zelden meegemaakt.

Gezondheid! Egészségére!

Enne, bon appétit, ik krijg zin in een eierbal.

Toch kan Rutte beter vertrekken. Maar Omtzigt ook!

Mark Rutte vecht als een leeuw voor van zijn politieke overleving, in het TV-programma Nieuwsuur ontvouwde hij zijn – volgens eigen zeggen – radicale plannen. Geen dichtgetimmerd regeerakkoord, meer dualisme in de Tweede kamer en daarbij doelde hij vooral op de ’middenpartijen’ die gewoontegetrouw in de coalitie plaatsnemen. Voor grote maatschappelijke akkoorden wil Rutte ’altijd eerst de Tweede Kamer een mandaat geven over de hoofdlijnen via een debat’. De ’radicale’ VVD-leider maakte zich hiernaast sterk voor een ’club tussen kabinet en Tweede Kamer die burgers helpt als zij een probleem hebben en er niet uitkomen met uitvoerende organisaties. De overheid krijgt dan weer een menselijker gezicht, en als dingen niet goed gaan, rapporteert die club ook aan de Kamer.’

Prachtige initiatieven, werkelijk hoeden af, maar hoe geloofwaardig klinkt dit allemaal uit de mond van de (demissionair) premier die het de afgelopen 10 jaar toch allemaal ietsjes anders heeft aangepakt. Dat geldt ook voor bijna al zijn collega-ministers die het monisme en het daarbij behorende ’dealtjes maken’ met de coalitie-fracties in de Tweede Kamer maar al te graag omarmden. Van een sterke hang naar dualisme was in de regeerakkoorden van de vorige Rutte-kabinetten maar bar weinig terug te vinden. Zeg maar ’nada’…..

En die club tussen kabinet en Tweede Kamer? Kiene ’windowdressing’ Mark, maar of daar de problemen mee worden opgelost? Die clubleden zijn geen gekozen volksvertegenwoordigers, bovendien krijgt de overheid zo nog meer vet op de ribben. Wat nu als die uitvoeringsinstanties zoals UWV nu eens beginnen met het integer en doelmatig uitvoeren van hun taak? En we hebben toch al een instituut dat als klachtenloket in het leven is geroepen? Beste Mark, heb je nog nooit van de Nationale Ombudsman gehoord?

Nieuwsuur-interviewster Mariëlle Tweebeeke sloeg de spijker op z’n kop door te constateren ’dat we dit gesprek niet hadden gevoerd als Kasja Ollongren niet die notities met ’positie Omtzigt, functie elders’ had laten fladderen’. Rutte antwoorde met zijn bekende toedekkende woordenstroom, een duidelijk antwoord gaf hij – uiteraard – niet. Bovendien was hij niet bereid zijn leugentjes toe te geven, de poel van niet-actieve en verkeerde herinneringen is dan wel niet die van verderf, maar heeft wel Alzheimertrekjes.

Het tragikomische van deze ’vervlogen herinneringen’ is dat dit Rutte-narratief niet meer werkt. Mark kenmerkt zich nu juist als iemand die precies weet hoe hij de zwakke punten van een collega of oppositielid kan uitbuiten. Natuurlijk helpt hierbij zijn elastieken woordkunstenarij, maar ook zijn dossierkennis. En voor dit laatste moet je toch over een redelijk functionerend geheugen beschikken……

Dan de sympathieke Pieter Omtzigt. Iedereen leeft met hem mee, de arme man zit overwerkt thuis door de massale tegenwerking die hij de afgelopen jaren heeft ervaren van het kabinet en in het bijzonder Mark Rutte. Maar dit is gedeeltelijk óók een narratief. Gedurende zijn strijd tegen het ’kabinetsbastion’ vond hij wel de tijd – deels tijdens de campagneperiode – om een boek te schrijven, ’een nieuw sociaal contract’ genaamd. Beetje pretentieus overigens, het ’sociaal contract’ van filosoof Jean-Jacques Rousseau was toch wel van een iets baanbrekender kaliber.

In plaats van aandacht aan de CDA-verkiezingscampagne te besteden besloot Omtzigt ook nog eens om zichzelf te promoten. Hij had zich als loyaal CDA’er ook volmondig achter lijsttrekker Wopke Hoekstra kunnen scharen. Of gewoon kunnen vertrekken uit de partij om terug te keren met een nieuwe partij, bijvoorbeeld LPO (Lijst Pieter Omtzigt). Of NSCP (Nieuw Sociaal Contract Partij)…… Omtzigt deed geen van beide en daar kun je dan ook vraagtekens bij plaatsen. Het is een beetje van twee walletjes eten en dat eindigt uiteindelijk vaak niet te positief.

Tja, Omtzigt zit nu al heel wat weekjes overwerkt thuis, maar blijft op de achtergrond een politiek sleutelfiguur. Ik ken zijn vrouw niet, maar dat zij voor manlief in de bres springt door te verklaren dat Mark Rutte geen geloofwaardig premier meer kán zijn, lijkt met nu niet zo productief. Rutte wil overigens graag met hem om tafel, daar is het tot nu toe echter niet van gekomen.

In Nieuwsuur benadrukte Rutte nogmaals dat hij asap met Omtzigt wil overleggen, hij had hem onlangs nog een SMS gestuurd. Het antwoord van Omtzigt liet niet lang op zich wachten. Via Twitter verklaarde hij: Mark Rutte heeft mij gisteren per SMS aangegeven dat hij een gesprek wil met mij, bij voorkeur as vrijdag. Ik heb geantwoord dat ik altijd tot een gesprek bereid ben, maar dat het op dit moment niet lukt dit soort gesprekken te voeren.’

Voormalig Amerikaans President Harry Truman was altijd goed voor aardige – aan hem toegeschreven – quotes, hierbij één van zijn bekendste: If you can’t stand the heat, get out of the kitchen’. Zeer van toepassing op Pieter Omtzigt ’nowadays’. Hij heeft zich – terecht – geliefd en gevreesd gemaakt in de politieke arena, bovendien heeft hij de discussie over een transparante bestuursstijl flink aangezwengeld. Dat ’nieuwe sociaal contract’ mag wat mij betreft zo snel mogelijk gesloten worden, maar de politieke realiteit is weerbarstiger. Omtzigt staat nu voor de ‘kitchen-keuze: kan en/of wil hij in dit krachtenspel (regerings)verantwoordelijkheid nemen of niet.

Zo niet, dan moet hij stante pede het CDA de rug toekeren en een nieuwe eigen partij beginnen. Zo ja, dan dient hij een paar ’ruwhuidige kikkers’ door te slikken en vanuit zijn positie in het nieuwe kabinet (radicale) veranderingen proberen door te voeren. De huidige situatie is niet alleen onhoudbaar voor Pieter Omtzigt zelf, maar voor de Nederlandse samenleving als geheel. Er is gewoon teveel werk aan de winkel, in de bijna post-Coronaperiode dienen politieke knopen te worden doorgehaakt. De behoefte aan een slagvaardig kabinet is groter dan ooit.  

Hoe gaat dat eruit zien, Mark Rutte en Pieter Omtzigt, samen in één kabinet? Na alle commotie en grote woorden zou dit een prachtig politiek compromis zijn, toch? Wel, ik zie dat anders, een dergelijk scenario kwalificeer ik toch meer als een (seksuele) anti-climax. Ik zeg het anders: een totaal ongeloofwaardige oplossing. Dat geldt overigens voor beide politici ’equally’.

Maar wat dan? Welnu, doorgaan met de coalitiepartners van het vorige kabinet met andere poppetjes, maar bovenal met een andere bestuursstijl. VVD’ster en huidig DSM bestuursvoorzitster Edith Schippers wordt de eerste vrouwelijke premier van Nederland en Renske Leijten (SP) wordt minister van sociale zaken. Hè, maar de SP treedt in deze optie toch niet toe tot het kabinet? Klopt, maar Renske zegt haar SP-lidmaatschap op en neemt als partijloos vakminister deel aan het nieuwe kabinet. Leijten was met Pieter Omtzigt dé klokkenluidster in de toeslagenaffaire, heeft gezag en wordt allerwege gerespecteerd. Terzijde: kan Lilian Marijnissen ook weer rustig ademhalen….

En Pieter? Meteen een nieuwe partij starten jongen! Het CDA is nu al een anachronisme, nog één kabinetsperiode en het is gedaan met de Christendemocraten. Een mooi afscheid toch? Ik hoor Dries van Agt van achter het behang al gniffelen…..

Tot slot verzoek ik bij deze Mark Rutte mij een uitnodiging – per SMS – te sturen waarin concreet de volgende vraag wordt gesteld: wilt U de nieuwe (in)formateur worden? Hierbij mijn telefoonnummer: 0666-666 666. De cijfercombinaties komen U wellicht bekend voor uit de Bijbel, meer specifiek uit het Boek der Openbaring……

’Nederlander eet meer Vegaburgers, maar ook meer Vleesburgers……’

Ik begin meteen met een kleine nuancering van de kop van dit artikel. Tussen 2009 en 2016 was er een daling van de Nederlandse vleesconsumptie, vanaf 2016 is er weer een stijging te constateren. Verantwoordelijk hiervoor is voornamelijk de horeca, ’gevoed’ door toenemend toerisme. De cijfers zullen er daarom voor 2019 wellicht ietsjes anders uitzien, want een T-bonesteak verorberen in ons favoriete eetcafé zat er de afgelopen tijd niet in……

Maar als we straks weer in comfortabel in onze ’modus vivendi’ terugvallen worden we weer lekker ’flextariër’. Thuis consumeren we een vegaburger of een spaghetti bolognese zonder vlees, in het restaurant of eetcafé bestellen we stante pede een kogelbiefstuk. Of een schnitzel met het formaat van een deurmat. Ja, ja, we zijn zo consequent als Trump tijdens zijn Amerikaans presidentsschap…

39 kilo vlees werd er in 2019 per capita ’verkauwd’, een halve kilo meer dan het jaar ervoor. Dat is toch een flinke hoop stukken van dode dieren, nietwaar? Zowel vleesburgers, kippenpoten als biefstukken waren populairder dan ooit. ’Kiloknallers’ promoten in de supermarkt mag al een tijdje niet meer, toch zie ik de goedkope gehaktreclames van Lidl nog regelmatig verschijnen in de diverse media. Ho, stop, supermarkten zijn nog steeds vrij om te kiloknallen, maar doen dat niet meer vanwege het feit dat – onder andere – de stichting Wakker Dier deze terminologie – waarschijnlijk met de salmonella-bacterie – heeft besmet. Ach, dan kopen we toch gewoon 2 kilo drumsticks voor de stuntprijs van 5,49 Euro? Deze week in de aanbieding bij supermarkt Dirk bijvoorbeeld…..

Wakkere dieren kun je die 200 miljoen kippen die jaarlijks worden geconsumeerd moeilijk noemen, ik vraag me werkelijk af welke ’topmarketeer’ deze naam voor de gelijknamige stichting bedacht heeft. ’Stichting Dood Dier’ klinkt toch veel schokkender en allitereert ook nog. ’Anyway’, Nederlanders willen nog maar niet wakker worden, maar er gloort nu toch enig licht aan het einde van de ’slachttunnel’. Volgens een recent Nielsenonderzoek eten Nederlanders de meeste vleesvervangers van Europa, hè. Hè, eindelijk goed nieuws van het vegetarische front.

Maar niet te hard gejuicht, beste dierenvrienden, want het aandeel vlees ten opzichte van vegetarische vleesvervangers is nog steeds 97,5%. Die 2,5% kunnen we vergelijken met het verorberen van 9 vegaburgers op jaarbasis. Maar OK, je moet ergens beginnen, 1 vegaburger per Nederlander per week moet toch te doen zijn? Maar of daarmee de consumptie van het aantal dode dieren afneemt? Ik waag het te betwijfelen….

Zo gezond zijn die vegaburgers trouwens niet, ze bevatten bijvoorbeeld teveel zout, te weten 1,4 gram per 100 gram hamburger. Het Voedingscentrum houdt een maximumhoeveelheid van 1,1 gram aan, Uw bloeddruk zal van zo’n vegaburger waarschijnlijk dus niet meteen spectaculair dalen. Wat waarschijnlijk wel daalt is Uw humeur als we de prijsverschillen tussen de verschillende burgers in ogenschouw nemen.

12 diepvrieshamburgers (840 gram) kosten deze week 1,79 Euro  bij – wederom – supermarkt Dirk. Bij de – zichzelf als supergoedkoop aanprijzende – Jumbo kost zo’n zelfde pak 1,99 Euro. 77% fijngesneden kippenseperatorvlees, dat is wat deze burgers onder andere bevatten. Seperatorvlees? Beetje macabere term als je je realiseert dat bij het slachten van de kip vroeger of later de ’kippekop’ inderdaad gesepareerd wordt van de ’kipperomp’…

Dan snel naar de Vegaburgeraanbiedingen. Eerst maar weer even bij super Dirk een kijkje nemen. Wat nu, voor de kiloknaller-aanbieding van 1,99 Euro heeft U maar liefst 4 Garden Gourmet Burgers in Uw winkelkarretje liggen. Met de vermelding dat het hier helaas slechts een gewicht van 180 gram betreft. Da’s meer dan 4 keer duurder dan die kipseperatorburger! Tel uit je verlies in dit geval.

Waarschijnlijk zult U als vegetarische grachtengordelaar op de volgende manier reageren: tja, je moet wat voor het mileu/klimaat over hebben, bovendien wordt hiermee het aantal geslachte dieren beperkt. Dat laatste is overigens nog maar de vraag, met het eerste argument ben ik het natuurlijk van harte mee eens.

Het enige is dat deze levens/voedingswijze wel een redelijk gevulde portemonnee veronderstelt en juist in deze Coronatijd raakt deze bij veel landgenoten leger en leger. En voor velen was die beurs vóór de pandemie ook al niet overmatig gevuld en vaak gefabriceerd van ’uienleer’. Bij opening van de portemonnee is er namelijk regelmatig sprake van een spontane huilbui…….

Op een heleboel mensen maken enkel de ervaringen van hun portemonnee indruk. (Peter Sirius, Duits dichter 1858 – 1913)

Coronaprik-Cadeaus, ’a Shot and a Beer’

Diverse overheden zijn inmiddels begonnnen met het belonen van burgers, indien zij bereid zijn een Coronaprik in hun bovenarm toe te laten. In de Verenigde Staten doen zelfs bedrijven hier aan mee. Supermarktketen Target betaalt zijn flexwerkers vier uur extra uit als ze kiezen voor vaccinatie. Maar het gaat nog verder, honkbalteam de New York Yankees geeft tickets weg aan mensen die zich vóór de wedstrijd in het stadion laten inenten.

Maar er worden ook harde pegels uitgedeeld, de staat West Virginia duwt een briefje van 100 Dollar in de hand van jongeren tussen 18 en 35 jaar die op deze manier verleid worden hun mouw op te stropen. Hetzelfde kunstje flikt de staat Maryland die zijn ambtenaren met hetzelfde bedrag verwent. Ach ja, de bestaanszekerheid van ambtenaren bevindt zich toch al op dun ijs, dus waarom niet? Maar misschien was het toch een beter idee geweest om te kiezen voor ’the homeless’ die in armetierige omstandigheden leven en meer dan gemiddeld aan allerlei verslavingen lijden. Ik denk dat daklozen ietsjes vaker dan gemiddeld de deurklink van een winkel beroeren dan een gemiddelde ambtenaar. Bijvoorbeeld die van de slijterij….

Wie het het bontst maakt in het land van de onbegrensde mogelijkheden? De gemeente Detroit geeft zelfs aan ’locatiebrengers’ een douceurtje: de persoon die iemand naar een priklocatie brengt ontvangt 50 Dollar, handje contantje. Wauw, als ik taxichauffeur bij Uber in Detroit zou ik het wel weten! Meteen een week vrij nemen en maar rijden met die burgers die ik voor mijn karretje zou spannen. Degene die moeilijk doet beloof ik 20 Dollar voor het ritje en prikje, er blijft dan immers nog steeds een mooie winstmarge over.

In Servië heeft president Aleksander Vučić het Amerikaanse voorbeeld overgenomen. Iedereen van boven de 16 die zich voor het eind van de maand ten minste één keer heeft laten prikken, krijgt 3000 dinar, ongeveer 25 euroDe president haastte zich te zeggen dat ook de ’al-geprikten’ in aanmerking komen voor de vergoeding. Als Servische ambtenaar zou ik onmiddellijk in de rij gaan staan bij een inentingspost, omdat bij eventuele besmetting en het daarop volgend ziekteverlof geen ziekte-uitkering wordt verstrekt. Vučić aait en slaat tegelijkertijd, waarschijnlijk met een Slavisch handgebaar…….

Houdt Nederland zich verre van deze ’Coronaprik-verlokkingen? Nou, op kleine schaal gebeurt er wel wat, het Zeeuwse bedrijf Delta Safe Security heeft wegeteld 100 harde euro’s over voor werknemers die zich melden bij de dichtstbijzijnde prikpost. Een enquête uitgevoerd door DVJ Insights wijst uit dat slechts 9 procent van de vaccintwijfelaars zich zou laten overhalen tot prikken in ruil voor een douceurtje van 100 Euro. Ik ben overigens benieuwd naar het enquêteresultaat indien er een extra nulletje zou worden toegevoegd…..

De reden van deze acties is evident, er zijn simpelweg nog teveel burgers die terugschrikken voor het prikje. In Servië is er een idiote situatie ontstaan in verband met het huidige vaccinoverschot in het Balkanland. De vaccinsnelheid stagneert, tot nu toe is 30% van de bevolking ingeënt, maar de animo bij de rest van de Serviërs is bedroevend laag. Intussen stromen de vaccintoeristen het land binnen – ook uit Nederland! – waarbij en passant de botte machtspoliticus Vučić garen spint.

De leukste ’Coronaprik-verlokking’ wil ik U niet onthouden en daarvoor ga ik weer even terug naar de USA. In New Jersey krijgt een ieder vanaf 21-jarige leeftijd een gratis biertje van een deelnemende brouwerij na het ontvangen van de spuit in de bovenarm. De campagne wordt gevoerd onder de slogan ’a shot and a beer’. Hé, die ken ik, maar dan in de versie van een biertje gecombineerd met een ’shot’ tequilla. Kleine tip voor de organisatoren om nog meer burgers te verleiden: ’after the first shot You get another, and a beer!’

Maarre, what about die braverikken die zich meteen hebben laten inenten? Krijgen die nog een hebbedingetje van suikeroom Joe Biden?

En tot slot, what about leden van de blauwe knoop? Wel, die krijgen een Buckler. Mag zelfs een sixpack zijn…….


M6, Mooiste Magyaarse Autosnelweg?

De mooiste Hongaarse autosnelweg is uiteraard de M6. Waarom? Als de vehikelbestuurder vanuit Pécs naar Boedapest de weg opdraait heeft hij/zij het rijk alleen. Volledig relaxed kan er ’gestuurd’ worden tot de rand van Boedapest waar onverbiddelijk de MO – de ring van Boedapest – wacht. In veel gevallen kan er meteen achter een vrachtwagen in de file worden aangesloten……

Richting het zuidwesten van Hongarije is vrachtverkeer zeldzaam. Logisch, want veel economische activiteiten zijn er in dit landsdeel niet te vinden en doorsteken naar Kroatië is er ook (nog) niet bij. Toch is er enige beweging, volgens mediaberichten is men nu toch echt begonnen aan de voorbereidingen om het traject tussen Mohács en het Kroatische OsijekEszék – te ontsluiten. Vanaf daar kunt U dan op de snelweg verder Kroatië inrijden. Bijvoorbeeld naar de Dalmatische kust. Wanneer de heuglijke ontsluiting gevierd zal kunnen worden staat nog in de sterren geschreven, al dan niet waarheidsgetrouwe berichten spreken van een periode van twee jaar. We’ll see……..

Tot dat moment blijft de M6 een El Dorado voor elke automobilist. Daarna zal het transitverkeer wel een ’boost’ krijgen, maar waarschijnlijk niet zo intensief worden als op de M5. Dit is de snelweg Boedapest – Szeged – Belgrado die in het begin van het millenium nog ophield bij Kiskunfélegyháza. Het was ook de enige snelweg waar tol werd geheven dat via een Hongaarse firma zijn weg vond naar de Franse leidinggevenden……. Die tol was torenhoog, waardoor er nog minder voertuigen op de M5 waren te signaleren dan op de huidige M6. Voor de liefhebber met een gevulde portemonnee was de M5 in die tijd een racebaan zonder weerga. De snelweg gaat dwars door het Hongaarse platteland – az Alföld -. er is dan ook geen heuveltje te bekennen. En ook bijna geen bochten, waardoor de maximumsnelheid van elk scheurijzer getest kon worden. Ook ik heb mij hieraan bezondigd, those were the times, my friend!!!

Die tijd is definitief voorbij, meestal is het op de M5 nu: tuffen achter een Turkse vrachtwagen. Het transitverkeer vanuit de Balkan en Turkije verloopt tegenwoordig voor een groot deel via deze verkeersader. Een andere belangrijke transitader is de M3 die richting het noordoosten kronkelt. Om bij de grens van Oekraïne uit te komen. Ten noordoosten van Boedapest is er inderdaad sprake van een prachtig heuvelachtig – bochtig – parcours dat vlak langs de Hungaroring leidt. Daarna wordt het weer platter en worden de vrachtwagens ook minder talrijk. Tja, Oekraïne is nu niet bepaald een bestemming waar momenteel burgers met een welgevulde beurs leven. Integendeel zelfs….

De M1 is uiteraard de eerste snelweg van Hongarije. met de bouw werd begonnen in 1964. Maar pas in 1994 werd het grensplaatsje Hegyeshalom bereikt, waar aangesloten kon worden op de Oostenrijkse A4. Ik kan me nog herinneren dat we als kinderen in de (begin) zeventiger jaren in alle staten waren toen we eindelijk een Hongaarse snelweg konden opdraaien. De vreugde was echter van korte duur. Het baanvak bedroeg nog geen 20 kilometer en werd bereden door met maximaal 80 km/h pruttelende Wartburgs en Trabants, die uiteraard zonder uitzondering op de linkerbaan vertoefden. De autoventilator moest meteen naar stand 0 gedraaid worden en de autovensters konden ook meteen omhoog. Anders was een tweetakt-uitlaatgasvergiftiging een feit geweest……

Nog meer interessante Hongaarse autosnelwegen? De M7 moet natuurlijk nog behandeld worden. Inmiddels is deze vanaf Boedapest langs het Balatonmeer uitgebouwd tot Kroatië (en Slovenië). Tot 2004 was het eindpunt Zamárdi (aan de Balaton), U weet wel, waar die muziekfestivals plaatsvinden. Pas in 2008 werd de Kroatische grens bereikt, daarna kon/kan er snel richting Zagreb en de Dalmatische kust gekacheld worden. Tot in het begin van het millenium was het rijden op de M7 een ’opschuddende’ ervaring. De rijbaan bestond namelijk niet uit asfalt maar uit betonnen platen die om de haverklap zorgden voor schokken die letterlijk door merg en been gingen. Trabantreizigers kwamen na een weekend Balatom immer met een knallende koppijn thuis. Veroorzaakt doordat hun hoofden om de twee seconden tegen het Trabantdakje stootten, maar ook het overmatig drankgebruik tijdens het weekend droeg hier natuurlijk aan bij……

De vergezichten vanaf de M7 zijn ’by far’ de mooiste. Zowel op het Balatonmeer zelf, maar soms ook richting het (zuidelijke) binnenland. Bovenstaande foto ergens op M7 is toch een juweeltje? Weet U misschien waar deze brug/viaduct zich bevindt? Antwoorden gaarne vermelden in de reactie-rubriek van dit artikel (of op Facebook). Uit de goede antwoorden zal ik één winnaar trekken. De prijs? Een gratis ritje in een 45 jaar oude Trabant tijdens de vrijdagmiddagspits op de M0. Nou, wie durft?

Er is maar een ding erger dan rijden met een caravan: rijden achter een caravan.(Marc Callewaert, Vlaams criticus 1927 – )

Quote van de dag 4 mei 2021, van André van Duin: ’vrij, met de oorlog als het negatief van de kleurenfoto van de vrede’

Nu ben ik geen André van Duin-fan van het eerste uur – daarvoor ben ik net iets te jong -, maar vanaf 1972 luisterde ik al naar de Dik Voormekaarshow op mijn favoriete piratenzender Radio Noordzee. Nog altijd is deze lolbroekerige show volgens mij het beste wat André in zijn artiestenleven heeft gepresteerd. Uiteraard zijn zijn vertolkingen van Charles Aznavour-chansons tevens wonderschoon, zelfs ’grachtengordelaars’ hebben André inmiddels in hun hart gesloten.

De ’mens’ van Duin is zeer prettig in de omgang, wars van kapsones en uiteraard boordevol humor. Zijn komische Theater- en televisieshows waren nu niet bepaald mijn eerste keuze, als radioman was hij echter onverslaanbaar. En met zijn ’typetjes’ natuurlijk.

Vreugdevol nam ik daarom kennis van het bericht dat André door het Nationaal Comité 4 en 5 mei was verzocht een toespraak te houden tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam te Amsterdam. De krullige haardos die over herdenken spreekt, ik besloot er na de twee minuten stilte eens goed voor te gaan zitten.

André vertelde ingetogen zijn verhaal van de Tweede Wereldoorlog, waarin zijn vader een prominente plaats innam. Maar ook het feit dat hij op 4 mei normaliter niet naar de Dam komt. In plaats daarvan herdenkt hij altijd bij het Homomonument op de westermarkt. In 1987 werd dit monument onthuld, Nederland had hiermee een primeur in de wereld. Sterk van André om daaraan te refereren. Het ’tekent’ – zoals hij treffend omschreef – onze vrijheid. Want ook dat is Nederland, nog steeds, een bastion van (relatieve) verdraagzaamheid.

Voor het meest persoonlijke moment moesten we tot het einde van André’s speech wachten. Kijkend naar de hemel groette hij met een ’luchtkus’ zijn vorig jaar overleden partner, Martin Elferink. Althans, dat maakte ik er van… Vorig jaar overleed Elferink aan botkanker en het was niet André’s eerste partner die vroegtijdig overleed. In 1995 overkwam hem hetzelfde, zijn toenmalige partner Wim van der Pluijm overleed in dat jaar. André zelf werd in 2020 ook door die ’kankerziekte’ getroffen, maar hij overleefde.

André weet dus wat het betekent verlies van grote geliefden te verwerken. Hij praat er niet graag over, in een recent NRC-interview lichtte André wel een tipje van de sluier op. Ik vond het ontroerend hoe hij zijn gevoelens verwoordde, het gevoelsmens van Duin sprak….

Al jaren laat André zien – maar vooral horen – dat hij met zijn liedjes gevoelige snaren weet te raken. Naast chansons van Charles Aznavour heeft hij tevens juweeltjes van andere artiesten vertolkt, bijvoorbeeld van Wim Sonneveld. Wat André heeft aangeheven, nadat hij van de Dam terugkeerde naar zijn eigen Amsterdamse woning? Misschien wel zijn persiflage van Ramses Shaffy’s ’we zullen doorgaan’, wie zal het zeggen.

Wat zou het trouwens prachtig zijn als André één van de mooiste nummers van de Duitser Herbert Grönemeyer eens in zijn repertoire zou opnemen. Aan welke lied ik denk? ’Mensch’ natuurlijk, hierin verwerkt Grönemeyer zijn verdriet na de dood van zijn geliefde. ’Oh, es ist schon ok, es tut gleichmäßig weh’ is één van de mooiste en meest hartverscheurende passages uit ’Mensch, André zou het fantastisch kunnen vorm geven. Maar misschien is het allemaal nog ’te vers’ om hieraan te beginnen.

Vertalen van de Duitse tekst naar het Nederlands mag natuurlijk ook, Guus Meeuwis deed dit al eerder met het Grönemeyer-nummer ’Der Weg’.  Een goed idee? Jazeker, want memoreerde André aan het einde van zijn voordracht niet dat we dankbaar moeten zijn dat de Duitsers werden verslagen? ’Anders had hij zijn teksten vandaag – 4 mei – in het Duits moeten uitspreken’……..

Dus schreeuw het uit over de daken, niets met anderen te maken als je huilt (tekst uit ’als je huilt’, André van Duin 1982)

En wat je dan mag schreeuwen, André?

VRIJ, met de oorlog als het negatief van de kleurenfoto van de vrede